vrijdag 2 augustus 2013

2 augustus: Into Spain ...


Eindelijk, we trekken Spanje in.

Hoewel de doortocht door Frankrijk onvergetelijke indrukken heeft nagelaten, keken we toch al lang  voor ons vertrek reikhalzend en hoogzwanger van Hoop uit naar onze tocht(en) over Spaanse wegen. Vandaag is het zo ver …

Een eerste blik op Spanje landinwaarts
Luttele kilometers na ons vertrek uit Ur rijden we de N260 op. De N260 – of Eje Perenaico - is een legendarische weg die een Oost-West verbinding vormt door de Spaanse Pyreneeën.. Alom bekend, gekend en geliefd bij motorrijders om de brede weg, het perfecte asfalt, het weinige verkeer en de oneindige aaneenschakeling van heerlijke bochten. Voeg daar de constant magische uitzichten aan toe en je waant je in het moto-paradijs. En terecht!

gaandeweg worden de Pyreneeën ruwer en robuuster

In No Time slingeren we relax en gezwind naar La Sue d’ Urgell en van daaruit verder naar Sort. Daar houden we even halt voor een verfrissing in het aanbevelenswaardige Escalada Rock Cafe. Na Sort gaat het even niet verder Oostwaarts maar maakt de N260 een Zuidwaartse knik tot in Tremp.

Het gaat zo vlot dat we halverwege naar Tremp besluiten een korte zij-lus te maken naar het kleine Meer van Montcortes, diep verscholen in de Pyreneeën. Over kleine maar perfecte bergwegen passeren we kleine dorpjes als Peramea, Bretui en Montcortes. We rijden zelfs voorbij het Meertje tot een ‘dorpje’ hoog in de bergen genaamd Estabanya. Maar hier leeft geen ziel meer op een of andere overgebleven landbouwer na. Omdat deze zoals het boeren betaamt zijn velden tegen de bergflank bewerkt, maken we van de gelegenheid gebruik om zijn dak te beklimmen voor het maken van enkele leuke kiekjes van het prachtige landschap ;-)

een kijk van op weg naar Montcortes

kiekje vanop het dak ;-)
We keren op onze stappen terug en houden halt in het piepkleine authentieke Spaanse bergdorpje Peramea. Er is zowaar een mini-restaurantje/cafeetje: Can Pep. Met een zelden geziene gedienstigheid dekken ze voor ons de tafel op het terras en de verrassing bij uitstek is dat de chef (en tevens kok) Adrian perfect Engels spreekt. Hij beveelt ons enkele specialiteiten aan. Terwijl mijn vrienden bij wijze van voorgerecht genieten van een heerlijke Gazpacho volg ik Adrian ’s suggestie en kies ik voor de rauwe vis met mediterraanse groentjes in een ‘vijvertje’ olijfolie; onwaarschijnlijk lekker (!)
Ook bij het hoofdgerecht laat ik me leiden door Adrian en opnieuw is het in de oven gegaarde lam een feest voor alle smaakpapillen. Ook de andere Lorejasse genieten met volle teugen van de overheerlijke maaltijd. Intussen verbroederen we met enkele lokale Spanjaarden aan een aanpalende tafel. Wij spreken geen Spaans en zij evenmin een van onze talen maar gebaren en menselijke warmte overbruggen met gemak de talenkloof. Ze bieden ons een glas cava aan na het eten en wij trakteren hen bij ons vertrek op een ganse fles, genereuze Bourgondiërs als we zijn ;-)  Die mentaliteit wordt gesmaakt en bij ons vertrek komt Adrian ons nog eens aanmanen om bij onze doortocht door de Spaanse Pyreneeën tijdens de laatste week van onze reis even aan te lopen. Als we ons bezoek aankondigen, maakt hij voor ons speciaal een paella zoals die nergens anders kan gegeten worden – en bovendien wil hij ons bij die gelegenheid zijn Harley Davidson Road King Custom showen. Hij schrijft me zelfs de naam op van het overheerlijke voorgerecht: het blijkt om Esqueixada te gaan – absoluut te onthouden (!)

Ons ongepland bezoek aan Can Pep in Peramea is zo typerend voor Spanje; ongedwongen sfeer, open, warmhartige, sympathieke mensen en mentaliteit; de kinderen spelen hier op straat, de honden lopen los, groentenkramers stallen hun waar uit op een vrij hoekje op het bescheiden marktpleintje, … Iedereen is ontspannen en neemt de dingen zoals ze komen. Spanje op z’n best – Het Leven op z’n best …



Terug op onze route vervolgen we onze weg naar Tremp pal door de indrukwekkende rode rotsen van de Congats de Collegats. Vanuit Tremp verlaten we de verdere eindbestemming Lleida voor een ruim ommetje Westwaarts over de C1311 richting Puenta Montanana. De C1311 is een bochtenparadijs en staat bij insiders bekend als een van de mooiste motorroutes in Europa. Geheel terecht zo blijkt. We slingeren verder de Pyreneeën in over een waanzinnig mooie weg te midden van fantastische uitzichten.

Vanuit de Puenta Montanana gaat het vervolgens nog even Westwaarts waarna we in Benabarre Zuidwaarts over de N230 naar Lleida afdalen en aankomen in Hotel Isis; het einde van onze eerste rit op Spaanse bodem. Een fijne, relaxte, ontspannen rit. Absoluut geen hoge moeilijkheidsgraad maar zeker veel belevingswaarde en het comfort om daar optimaal van te genieten – Dit is Spanje dus …


Enkele sfeerfoto's
































1 augustus: Het Land van de Katharen



Het is klokslag 9.oo u. als we het tot B&B verbouwde stationnetje is Rouairoux (Lacabadere) verlaten. We vertrekken een half uur vroeger dan gewoonlijk want er wacht ons een lange rit door het Land van de Katharen en we willen tegen de middag het Chateau de Montségur bereiken.

Net na Rouairoux slaan we links de D88 in; een eng weggetje dat ons door de bossen over de Col de Salettes tot in Lespinassiere brengt. Al bij de prille aanvang worden we halt gehouden door wegenwerkers die op de weg een laag teer aanbrengen en die vervolgens bestrooien met schoppen fijngemalen kiezelsteentjes. El Viejo (Herman) houdt het dit keer niet ergens onderweg maar al van bij de prille aanvang voor bekeken en maakt rechtsomkeer richting brede, rechte wegen per direct richting Andorra. Hugo en Danny trekken over de geplande route en trotseren het gevaarlijke wegdek. Geen beetje opgelucht zijn we echter als we eenmaal in Caunes-Minervois de D620 opdraaien richting Carcassonne. We hebben veel tijd verloren door tergend traag voorzichtig over een schuifgraag wegdek door donkere bossen te trekken. Gelukkig kan over de D620 naar Carcassonne en verder richting Limoux het gashendel open en raken we weer op schema. We glijden door het glooiende landschap waar druivenranken en velden vol zonnebloemen mekaar afwisselen terwijl we kilometer voor kilometer verder het Katharenverleden inrijden.

Fontaines-Fontestorbes
Het is nog geen 12 u. als we een eerste keer halt houden aan Fontaines-Fontestorbes; een natuurfenomeen waarbij samenspel van luchtdruk en waterkracht een krater heeft geslagen in de rotswand die zorgt voor een waterval (fontaine) vanuit de buik van de berg met een debiet dat elke 60 tot 90 minuten varieert van 50 liter per seconde tot 1.800 liter per seconde.
We drinken er een Perrier met een debiet van 33 cl en doen daar ongeveer 600 seconden over ;-)  Op naar Chateau Montségur …












Chateau Montségur vanuit de verte (boven op de rots)
Chateau de Montségur
hagedis bij aankomst in het Chateau ;-)

Luttele kilometers na het Fontaines-Fontestorbes zie je in de verte op de top van de Col de Montségur een gigantisch hoge, steile rotsblok met daarbovenop de ruïnes van het Chateau de Montségur, een mythische Katharenburcht - een mijlpaal in de geschiedenis. Dan al besef je dat je naar een historisch bijzondere plek rijdt. Eens op de top van de Col de Montségur raak je gemotoriseerd niet meer dichter en wacht onvermijdelijk de steile loodzware klim naar de burcht. De weg is een amalgaam van keien, stenen en rotsen die schots en scheef en vooral steil zijn gestapeld en de zon heeft vrij spel tegen de versteende flanken van de rotswand. Compleet buiten adem en badend in het zweet bereik je de top en eens fysisch wat bekomen raak je meteen figuurlijk ademloos. Op deze plek werd een van de bloedigste periodes uit de Middeleeuwse geschiedenis beslecht.

pancarte aan de voet van de beklimming
De Katharen waren christelijk gelovig maar hun spiritueel geïnspireerde leer was afvallig aan die van de Roomse Kerk. Als een gevolg daarvan werden zij gedurende de eerste helft van de 13de eeuw door Roomse kruisvaarders vervolgd en vermoord.




De Katharen verschansten zich in burchten en kastelen waarvan je vandaag nog restanten en ruïnes vindt. Het Chateau de Montségur is de vestiging die het langst stand hield. Nadat in Mei 1242 11 Inquisiteurs van de Roomse kerk werden omgebracht spoorde de toenmalige Paus de Franse Koning aan hardhandig (mee) op te treden tegen de Katharen. Dat leidde een jaar later tot een belegering van Chateau Montségur. De Katharen hielden 10 maanden stand. Op 1 maart 1244 werden zij voor een 14-dagen-ultimatum gesteld: zich scharen achter en bekeren tot de Roomse kerk of volharden in hun Geloof.  De meer dan 220 resterende Katharen in Chateau Montségur bekeerden zich niet en werden op 16 Maart 1244 op deze plek levend verbrand. Hiermee eindigde met de Kruistocht op de Katharen een van de meest bloedige periodes uit de Middeleeuwse geschiedenis.   

Panorama-kijk vanaf het Chateau de Montségur
schitterende zichten vanuit het Chateau de Montségur
schitterende zichten vanuit het Chateau de Montségur


Na het indrukwekkende bezoek aan Montségur trekken we verder Zuidwaarts richting de Frans-Spaanse grens. We dachten voormiddag over de enge glibberige bosweggetjes alles gezien te hebben maar dat was buiten de Col de La Lauze gerekend … Eenzelfde grind- en gruisparcours hier in zowel beklimming als afdaling. Met alle zintuigen op zenith kruipen we voorzichtig en traag naar de top en zo weer naar beneden; gelukkig zonder problemen.
Pont de Diable

Dan gaat het probleemloos en gezwind verder over de N20 waar we even halt houden bij de Pont du Diable (De brug van de Duivel). Een eind verderop richting Ax-Les-Thermes verlaten we de N20 voor de o zoveel mooiere Route des Corniches. We glijden over smalle wegen door bochten afwisselend door de bossen en dan weer in een open horizon met een eclatant zicht op de Pyreneëen. Typerend dat we op de snelle, saaie N20 slag om slinger motorrijders kruisen terwijl we er op de prachtige Route des Corniches geen enkel zien. Zonde!


Het heet wel Pont de Diable maar de omgeving is 'hemels' ;-)



We houden even halt bij een prachtig panorama net voor de top van de Col de Marmare. Even verderop slaan we de Col de Chioula op. De mooie afdaling brengt ons in Ax-Les-Thermes. Van daaruit is het de Col de Puymorens over waarna we na een obligate lus om benzine en nicotine over en weer belastingparadijs Andorra afdalen tot op de Frans-Spaanse grens.

Van op de Col de Marmare


Zo komen we aan in Ur na een rit van bijna 9 uren op de moto; zonder eten, zonder noemenswaardige stops, haltes of rustperiodes. Onze moto’s rijden op benzine, wij op adrenaline. En die putten we uit de bewondering en de verwondering om het landschap en de bijwijlen hallucinante uitdaging die het motorrijden in sommige omstandigheden inhoudt. Het heeft ons vandaag een zware rit opgeleverd met een bijwijlen hoge moeilijkheidsgraad maar o zo onwaarschijnlijk rijk gevuld en ontroerend mooi; een samengaan van natuur en cultuur, de overgang van regio’s (Languedoc, Pyreneeën) en van landschappen (bossen, open vlaktes en hoge cols) en van landen, volkeren en culturen (Frankrijk, Andorra, Spanje). Een rit om ooit nog eens over te doen …

En zo komt na 13 dagen een einde aan een indrukwekkende doortocht door Frankrijk. Elke dag was anders, elke streek verschillend. Er waren maar twee constanten: de zon was er elke dag in een heerlijke bui en elke route was o zo mooi.

Bye bye France, The Pleasure Was All Ours.

Spain, Here We Come…

Enkele sfeerbeelden